Door Heleen van Alphen.
Er wordt hard op de deur geklopt — geen sinterklaastijd, maar iemand die duidelijk mijn aandacht probeert te trekken. “Wie kan dat zijn?” denk ik, terwijl ik de deur op een kier open.
“Ik kom voor het interview!” klinkt het enthousiast. O ja… het interview. Ik dacht dat je morgenavond zou komen.
Aan tafel, met een kop koffie, komt het gesprek al snel op het onderwerp waarvoor Bas is gekomen: de rondzending. Maar eerst de gebruikelijke vragen. Hoe lang ben je lid van de vereniging? “Sinds 1 oktober 2007,” vertelt Bas. In die tijd sprak hij veel met Frank Tieken en Peter over postzegels en ruilde hij regelmatig met hen. De eerste jaren verliepen wisselend: zijn gezin vroeg veel aandacht, waardoor de hobby soms op de achtergrond raakte. Nu de kinderen bijna zelfstandig zijn, is er weer ruimte voor de filatelie.
De rondzending
Bas vertelt dat hij door Wil Evers werd benaderd met de vraag of het iets voor hem zou zijn om de rondzending te organiseren. Dat was geen beslissing die hij zomaar nam; eerst wilde hij weten wat er allemaal bij kwam kijken. Uiteindelijk besloot hij het te doen — en inmiddels weten we hoe het is uitgepakt: Bas regelt de rondzending.
Kees Overtoom ondersteunt hem bij het controlewerk, vooral het vele telwerk. Bas verzorgt de verdeling van de dozen en controleert of het juiste aantal boekjes in elke rondzenddoos zit, zowel bij vertrek als bij terugkomst. De rondzending loopt door drie wijken, in een roulatiesysteem waarbij steeds iemand anders als eerste aan de beurt is.
Hoeveel tijd kost dat per week? “Ongeveer één uur,” antwoordt Bas.
Waarom zijn rondzendingen volgens hem interessant?
Je ziet postzegels die je anders nooit zou tegenkomen. De prijzen zijn vaak lager dan in de handel of online. Je deelt je hobby met anderen, zelfs op afstand .Je hebt de tijd om alles rustig te bekijken.
Op de vraag wat hij zelf het leukste vindt, hoeft Bas niet lang na te denken. “Het is leuk om als eerste te zien wat er in de boekjes is gestopt. De verscheidenheid is groot. Je komt zegels tegen uit alle landen. Meestal voor een schappelijke prijs, al zit er soms wel eens eentje tussen waarvan ik denk: dat is wel erg veel voor één zegel.”
Zijn enthousiasme is duidelijk merkbaar: hij doet het met plezier, en dat straalt door in alles wat hij vertelt.
Wanneer ik hem vraag wat hij verzamelt, vertelt Bas dat zijn hart vooral uitgaat naar ZuidAfrika en de thuislanden. “Thuislanden?” vraag ik. Hij legt uit dat hij doelt op de voormalige ZuidAfrikaanse homelands die in de jaren zeventig en tachtig hun eigen postzegels uitgaven: Transkei, Bophuthatswana, Venda en Ciskei. “Die horen voor mij echt bij mijn verzameling. Ze vormen samen een compleet beeld van de ZuidAfrikaanse postgeschiedenis.”
Daarnaast verzamelt hij posthistorie van vóór 1900. Juist die oude stukken fascineren hem. “De brieven en stempels uit die tijd vertellen een verhaal,” zegt Bas. “Je ziet hoe de postdienst zich ontwikkelde, hoe mensen reisden, hoe handel werd gedreven.” Voor hem is het niet alleen een hobby, maar ook een vorm van speurwerk.
Dan vertelt Bas dat hij sinds kort ook cryptopostzegels verzamelt. Hij legt uit dat dit een combinatie is van een fysieke postzegel en een digitale variant op de blockchain. De fysieke zegel bevat een code waarmee je een unieke digitale versie kunt activeren. Die kun je vervolgens verzamelen, ruilen of bewaren in een online wallet. Je weet pas na het scannen welke variant je hebt — dat maakt het extra spannend.
Om het uit te proberen heeft hij zo’n zegel aan zichzelf gestuurd. Bij het postagentschap werd de zegel niet herkend, maar hij liet hem toch afstempelen en nam hem meteen weer mee om beschadiging of verlies te voorkomen.
Historische regel: postzegel links onder plakken
Tot slot vertelt Bas nog een interessant historisch weetje. Toen Nederland in 1852 zijn eerste postzegels invoerde, werd in het Postreglement vastgelegd dat de postzegel linksonder op de envelop moest worden geplakt. De positie was niet vrijblijvend: stempels en apparatuur waren daarop ingericht. In het Staatsblad stond onder meer dat “de postzegels worden geplaatst in den bovenste hoek, aan de linkerzijde van het adres.”
Rond 1906–1920 werd deze regel geleidelijk losgelaten door nieuwe sorteermethoden, nieuwe stempelapparaten en internationale standaardisering. Uiteindelijk werd rechtsboven de norm, zoals we nu kennen.
Bas, het is inmiddels 22.30 uur. Ik stel voor dat we het hierbij laten. Dank je wel voor het gesprek — we hebben veel interessante onderwerpen besproken. Onze leden kennen je nu een beetje en weten je te vinden als ze vragen hebben, bijvoorbeeld over cryptopostzegels.
